Toevalligheden
Er is mij ooit verteld dat er maar twee zekerheden zijn inhet leven. Het begint en het eindigt. Alle tijd daartussen is een combinatievan toevalligheden, omgevingsfactoren en je genenpakket. Dat zeggende ben ik delaatste tijd gefascineerd door één van die drie factoren.
Ik ben nu bijna dertig. Voor mij het punt dat de helft vanmijn tijd er waarschijnlijk nog niet op zit maar dat het ook wat te optimistischis om te roepen dat ik pas een derde heb gehad. Ik verwacht de negentig niet tehalen. Dat klinkt zwartgallig maar is in mijn geval denk ik wel realistisch.Gevoelsmatig wordt ik niet heel oud. Fysiek denk ik trouwens ook niet. Veellast van allergieën en daardoor chronisch astmatisch en altijd aan demedicijnen. Daarnaast zijn mijn gewrichten ook nu al niet het allerbeste. Nietde beste combinatie om daarmee als je negentig bent door een bejaardenhuis te scharrelen.Gevoelsmatig ligt mijn piek dan ook rond de tachtig. Niet gek vind ik zelf. Maartreur niet, Harry Mullisch zei ooit: “Ik bedacht me dat iedereen een ’absoluteleeftijd’ moest bezitten, die nooit veranderde. Een leeftijd die eerder wordtbepaald door emotie en karakter.” Zo kan een man van twintig een absoluteleeftijd van 80 bezitten en zich zijn hele leven als een oude man gedragen.Mijn troost is dat mijn absolute leeftijd rond de achttien is en ik me dusaltijd wel jeugdig zal blijven gedragen. Ik voel me ook al jaren niet ouder.
Met die gedachte wil ik graag de tachtig halen. Dan is mijndochter in de vijftig en kan ze zich echt wel redden. En dan is er voor mijnvrouw nog tijd genoeg om een kat en tapijt te nemen. Die moet ik wellicht evenuitleggen. Mijn vrouw en ik hebben beide wensen die onoverkomelijk zijn omdatwe bij elkaar zijn. Door mijn allergie is tapijt en katten voor mij de meestslechte combinatie. Of je moet houden van iemand die zwaar astmatisch, onder debulten en rode vlekken en met rode ogen en jeuk met jou je leven deelt. Als datje ding is, ga vooral je gang. Mijn ding is het niet. Maar mijn vrouw houdt dusvan katten en tapijt. Dus grappen wij dat als ik er niet meer ben zij eindelijkeen kat en een tapijt kan nemen. Als zij er niet meer is neem ik een vogel enkan ik eindelijk vreemd gaan.
Maar goed ik had het over de drie factoren die naar mijnidee iemands leven bepalen. En vooral toevalligheid is een factor waar ikmateloos in geïnteresseerd ben geraakt. Mijn leven is op dit moment behoorlijkhuisje, boompje, beestje en daarnaast af en toe een vreemde uitspatting. Eencombinatie van rust en actie die ik heerlijk vind. Ik heb de vrouw gevondenwaar ik oud mee wordt en de dochtergekregen waarvan ik nooit had kunnen dromen dat ze zo mooi en lief zou zijn.Veel mannen roepen dat als ze een kind krijgen en eenmaal getrouwd zijn hunleven over is. Mannen zijn bot.
Wat ze eigenlijk zeggen is dat die vastigheid het gevoelgeeft dat het “jagen” over is en dat hun nut voorbij is. Alsof ze net zo goeddirect tussen zes plankjes kunnen gaan liggen omdat de burgerlijkheid hen tochwel zal nekken. Vinden ze ook een engwoord trouwens. Burgerlijkheid. Ik zelf vindt arachnaphobia dan weer een engwoord. Of clown. Want die vind ik ook eng. Komt door die eeuwige glimlach ofdroevigheid op hun gezicht. En dan die neus en die grote schoenen brrr. Maar daarhad ik het niet over.
Wat mij intrigeert is het feit dat toevalligheid mij op hetpunt heeft gebracht waar ik nu ben. De toevalligheid dat ik net een mailtjestuurde naar een oud collega op het moment dat er net een functie vrij was. Dater net voor mij nog een extra functie werd gemaakt omdat twee kandidaten zogeschikt waren. Het huis waar we toevallig tegenaan liepen. De nieuwe functie waar mijn bazin mij alsenige geschikt voor vond. Het zaadje dat toevallig de eicel vond en daardoormij een dochter gaf. En niet te vergeten de avond waarop ik mijn vrouw leerde kennendie toevallig toch haar vriendin mee kreeg om uit te gaan terwijl die eigenlijkniet uit mocht. Ik die op die avond net genoeg bier op had zodat ik haar op eennormale manier durfde te benaderen in plaats van slap dronken tegenaan haar aante brabbelen. En zo zijn er nog legio voorbeelden in mijn leven.
De één zegt dat het lot bestaat, de ander noemt het toevalligheid.De één suggereert dat alles van tevoren is gepland, de ander dat je zelf dekeuze mag maken. En wat mij nou de laatste tijd veel bezig houdt is de gedachtewat er was gebeurd als ik in één van die situaties in mijn leven linksaf wasgegaan in plaats van rechtsaf. En dan heb ik het niet over de toevalligheid datde gewone pindakaas op was en je daardoor de pindakaas met nootjes moest nemenmaar bijvoorbeeld dat je toch die andere studie was gaan doen. Of dat mijnvrouw die avond net de andere bar had bezocht of ik toch een biertje teveel ophad gehad. Met wie had ik waar gezeten als wij elkaar niet hadden ontmoet? Ofwaar had ik gezeten met mijn vrouw als zij die opleiding als logopediste hadgevolgd? Was de weg naar de burgerlijkheid en de rust die ik daarin vind dan ookgevonden? En wie was degene met wie mijn vrouw haar leven had gedeeld? Leek dieop mij? En leek mijn vrouw op haar? Of had ik dan toch die vogel in de kamergehad? En had mijn vrouw haar tapijt en haar kat?
Ik ben bijna dertig. Ik geloof dat het normaal is dat ik in dezefase dit soort vragen stel. Wat is het leven toch complex. Ben ik blij dat iktoch de twee zekerheden van het leven heb waar ik me aan vast kan klampen.
M@doperator
