Toevalligheden

Er is mij ooit verteld dat er maar twee zekerheden zijn inhet leven. Het begint en het eindigt. Alle tijd daartussen is een combinatievan toevalligheden, omgevingsfactoren en je genenpakket. Dat zeggende ben ik delaatste tijd gefascineerd door één van die drie factoren.

Ik ben nu bijna dertig. Voor mij het punt dat de helft vanmijn tijd er waarschijnlijk nog niet op zit maar dat het ook wat te optimistischis om te roepen dat ik pas een derde heb gehad. Ik verwacht de negentig niet tehalen. Dat klinkt zwartgallig maar is in mijn geval denk ik wel realistisch.Gevoelsmatig wordt ik niet heel oud. Fysiek denk ik trouwens ook niet. Veellast van allergieën en daardoor chronisch astmatisch en altijd aan demedicijnen. Daarnaast zijn mijn gewrichten ook nu al niet het allerbeste. Nietde beste combinatie om daarmee als je negentig bent door een bejaardenhuis te scharrelen.Gevoelsmatig ligt mijn piek dan ook rond de tachtig. Niet gek vind ik zelf. Maartreur niet, Harry Mullisch zei ooit: “Ik bedacht me dat iedereen een ’absoluteleeftijd’ moest bezitten, die nooit veranderde. Een leeftijd die eerder wordtbepaald door emotie en karakter.” Zo kan een man van twintig een absoluteleeftijd van 80 bezitten en zich zijn hele leven als een oude man gedragen.Mijn troost is dat mijn absolute leeftijd rond de achttien is en ik me dusaltijd wel jeugdig zal blijven gedragen. Ik voel me ook al jaren niet ouder.

Met die gedachte wil ik graag de tachtig halen. Dan is mijndochter in de vijftig en kan ze zich echt wel redden. En dan is er voor mijnvrouw nog tijd genoeg om een kat en tapijt te nemen. Die moet ik wellicht evenuitleggen. Mijn vrouw en ik hebben beide wensen die onoverkomelijk zijn omdatwe bij elkaar zijn. Door mijn allergie is tapijt en katten voor mij de meestslechte combinatie. Of je moet houden van iemand die zwaar astmatisch, onder debulten en rode vlekken en met rode ogen en jeuk met jou je leven deelt. Als datje ding is, ga vooral je gang. Mijn ding is het niet. Maar mijn vrouw houdt dusvan katten en tapijt. Dus grappen wij dat als ik er niet meer ben zij eindelijkeen kat en een tapijt kan nemen. Als zij er niet meer is neem ik een vogel enkan ik eindelijk vreemd gaan.

Maar goed ik had het over de drie factoren die naar mijnidee iemands leven bepalen. En vooral toevalligheid is een factor waar ikmateloos in geïnteresseerd ben geraakt. Mijn leven is op dit moment behoorlijkhuisje, boompje, beestje en daarnaast af en toe een vreemde uitspatting. Eencombinatie van rust en actie die ik heerlijk vind. Ik heb de vrouw gevondenwaar ik  oud mee wordt en de dochtergekregen waarvan ik nooit had kunnen dromen dat ze zo mooi en lief zou zijn.Veel mannen roepen dat als ze een kind krijgen en eenmaal getrouwd zijn hunleven over is. Mannen zijn bot.

Wat ze eigenlijk zeggen is dat die vastigheid het gevoelgeeft dat het “jagen” over is en dat hun nut voorbij is. Alsof ze net zo goeddirect tussen zes plankjes kunnen gaan liggen omdat de burgerlijkheid hen tochwel zal nekken.  Vinden ze ook een engwoord trouwens. Burgerlijkheid. Ik zelf vindt arachnaphobia dan weer een engwoord. Of clown. Want die vind ik ook eng. Komt door die eeuwige glimlach ofdroevigheid op hun gezicht. En dan die neus en die grote schoenen brrr. Maar daarhad ik het niet over.

Wat mij intrigeert is het feit dat toevalligheid mij op hetpunt heeft gebracht waar ik nu ben. De toevalligheid dat ik net een mailtjestuurde naar een oud collega op het moment dat er net een functie vrij was. Dater net voor mij nog een extra functie werd gemaakt omdat twee kandidaten zogeschikt waren. Het huis waar we toevallig tegenaan liepen.  De nieuwe functie waar mijn bazin mij alsenige geschikt voor vond. Het zaadje dat toevallig de eicel vond en daardoormij een dochter gaf. En niet te vergeten de avond waarop ik mijn vrouw leerde kennendie toevallig toch haar vriendin mee kreeg om uit te gaan terwijl die eigenlijkniet uit mocht. Ik die op die avond net genoeg bier op had zodat ik haar op eennormale manier durfde te benaderen in plaats van slap dronken tegenaan haar aante brabbelen. En zo zijn er nog legio voorbeelden in mijn leven.

De één zegt dat het lot bestaat, de ander noemt het toevalligheid.De één suggereert dat alles van tevoren is gepland, de ander dat je zelf dekeuze mag maken. En wat mij nou de laatste tijd veel bezig houdt is de gedachtewat er was gebeurd als ik in één van die situaties in mijn leven linksaf wasgegaan in plaats van rechtsaf. En dan heb ik het niet over de toevalligheid datde gewone pindakaas op was en je daardoor de pindakaas met nootjes moest nemenmaar bijvoorbeeld dat je toch die andere studie was gaan doen. Of dat mijnvrouw die avond net de andere bar had bezocht of ik toch een biertje teveel ophad gehad. Met wie had ik waar gezeten als wij elkaar niet hadden ontmoet? Ofwaar had ik gezeten met mijn vrouw als zij die opleiding als logopediste hadgevolgd? Was de weg naar de burgerlijkheid en de rust die ik daarin vind dan ookgevonden? En wie was degene met wie mijn vrouw haar leven had gedeeld? Leek dieop mij? En leek mijn vrouw op haar? Of had ik dan toch die vogel in de kamergehad? En had mijn vrouw haar tapijt en haar kat?

Ik ben bijna dertig. Ik geloof dat het normaal is dat ik in dezefase dit soort vragen stel. Wat is het leven toch complex. Ben ik blij dat iktoch de twee zekerheden van het leven heb waar ik me aan vast kan klampen.

 M@doperator

5 June 2010
By on 10:19
Gezin

Als een kindje wordt geboren komt er op het moment dat deze het levenslicht ziet nog meer ter wereld. Op het moment dat de navelstreng, de verweven band met de vrouw, met één subtiele knip wordt verbroken wordt de ouder verwekt. En net als je kindje moet ook deze nieuwbakken ouder alles opnieuw leren. Alleen kan je achter alles de woorden “met je kind” zetten. Na mijn eerste voorzichtige stapjes in de wereld van de ouder “met mijn kind” heb ik vandaag weer een nieuwe openbaring gehad. Zodra je een gezin wordt veranderd met de toenemende leeftijd van je kindje ook steeds jouw sociale leven.

Je probeert er nog aan te ontsnappen. Neemt je voor dat het jou niet zal gebeuren als je een vader of moeder wordt maar je komt er niet onderuit. De eerste maanden kabbel je nog voort op de oude manier. Je bezoekt je vrienden en je familie. Alleen is je samenstelling iets groter. De kleine meid of knul is nog zo klein dat deze overal doorheen kan slapen en wanneer ze echt moe worden is er altijd nog het campingbedje. Onder het diner dat ik vanavond met mijn trouwste en liefste vrienden had kwam de grote vraag: “Hoe zal dat gaan als hij/zij straks wat ouder is?” Sleep je de kleine dan nog overal mee naartoe? Want als de kleine muis doordeweeks rond acht uur naar bed gaat, ga je dan nog wel rond half acht op bezoek bij vrienden of familie? En zodra de kleine muis het campingbedje echt zat is, is die sociale omgang, met uitzondering van de keren dat de oppas thuis op je kleine hummel past, toch een beetje over.

En zo kwam ik, gelukkig als ik ben met mijn kleine meid, tot de treurige conclusie dat het sociale leven dat wij nu leiden toch echt gaat veranderen. Zeker als je je bedenkt dat een groot deel van onze sociale kring ook nu aan de kleine hummels is begonnen en hetzelfde door zal gaan maken. Doordeweekse bezoekjes zullen schaarser worden, het gezinsleven wordt daarbij steeds belangrijker. De weekenden zullen buiten de oppas mogelijkheden steeds meer beperkt worden tot dagactiviteiten in gezinsvorm. Omdat de realiteit is dat je kindje straks op een leeftijd komt dat ze zich niet zo makkelijk overal meer in bed laat leggen.

Ik besef me dat dit heel ondankbaar overkomt maar vergis je niet. Ik vind het gezinsleven heerlijk. Ik zou het niet anders willen. Maar overkwam het me allemaal maar niet zo verdomde snel. Geef de pappa ook wat tijd om te wennen aan het idee dat toch echt alles veranderd. Een periode in mijn leven waar ik enorm aan gewend ben geraakt wordt langzaam maar zeker toch echt afgesloten. Ik heb daar vrede mee maar toch ook moeite. Want alle lieve, leuke, gezellige mensen om mij heen waar ik zoveel van hou wil ik ook niet missen. Wekelijkse bezoekjes worden waarschijnlijk verschoven naar maandelijks of tweemaandelijks. En hoe kan mijn dochter daar dan een goede band mee opbouwen?

Mijn plankje van prioriteiten wordt gehusseld. Mijn kleine meid en vrouw stonden al op de bovenste plank en de vrienden en familie daaronder. Deze maken plaats voor de hoogste nieuwe binnenkomer die met stip is gestegen. Het gezinsleven op de eerste plank. Alles er omheen verhuisd naar de tweede plank. Maar net onder het plankje gezinsleven blijft vrienden en familie trots staan. Het is fijn om af en toe mijn gedachten zo weer eens te ordenen. Ik vond ook weer ergens tussen die plankjes een klein doosje met grootste wensjes. Een klein laagje stof zit al op sommige. Maar de wens voor een groter gezin staat er nog steeds te glimmen en te wachten tot hij uit het doosje wordt gehaald.

M@doperator

9 May 2010
By on 21:13
Wieg-gedicht

Een kindje pas geboren, nog zo klein

Verwondering is wat jouw leven bepaald

Een kindje pas geboren, tien vingertjes en tien teentjes, alles nog zo fijn

Ik zie het in je blauwe ogen elke dag

De ontdekking van de wereld is wat jij uitstraalt

Je beantwoord pappa’s en mamma’s woorden met gebrabbel en een lach

Na een dag vol verwondering komt voor jou de diepe slaap

Het verwerken van alle indrukken die jij hebt opgedaan

Je kleine oogjes vallen dicht, je geeft een laatste gaap

Morgen mijn liefste dochter, zal de hele wereld weer tot jouw beschikking staan

M@d

1 April 2010
By on 07:38
post natale pappa

Ken je dat gevoel? Dat je na een week hard werken op de bank ploft, je voeten omhoog, biertje in de hand en dan het weekend tegemoet lachend? Je slaakt een zucht waarmee je de week afsluit en waarmee je vrijheid wordt ingeluid. Dat gevoel?

Dat gevoel heb ik nu ook. Alleen sluit ik mijn week niet af. Ik sluit een week van negen maanden wachten en vier-en een halve maand pappa zijn af. Mijn lieve vrouw gaat vanaf donderdag weer aan het werk en ons leven krijgt wederom een andere structuur dan degene die we de laatste zes maanden hebben gehad. En wat een tijd was het.

M@d is pap. En als je de “Wij-Jonge Ouders” mag geloven is dit de tijd waar elke vader en moeder lachend en stralend zich doorheen moeten slaan. Waarbij ze lachend de poepluiers verschonen. Ze na zeven nachten niet geslapen te hebben zonder wallen springend hun bed uitkomen. Waarbij ze allebei feilloos weten wat ze moeten doen als hun kindje onafgebroken huilt. Ze zorgeloos zijn en vanaf hun roze paleis de wereld om zich heen bekijken met een air van “ons gebeurt niets.” Nou, ik vind het jammer die roze bubbel voor je door te prikken maar zo werkt het in de praktijk dus vaak niet.

Die roze wolk was er zeker maar die donkere donderrand die er omheen hing was er ook. Bij mij dan. Want mijn vrouw, die in vier uur even een gezond kind ter wereld zet en een paar dagen daarna al vrolijk door huis scharrelt, heeft nergens last van gehad. Ze is en was altijd al de sterke van ons twee. Slaat zich overal doorheen en lijkt altijd alle antwoorden te hebben.

Laat ik dit eerst zeggen. Ik heb een fantastisch mooie, gezonde, lieve en vrolijke dochter. De kleine meid sliep na drie dagen op haar eigen kamer, wordt snachts nooit wakker, groeit en eet goed en ontwikkeld zich snel. Met haar en mijn vrouw heb ik dan ook geen enkele reden tot klagen. Ik heb er dan ook geen moment alleen voor gestaan.

Maar 24 uur al na de geboorte van onze kleine spruit donderde ik van mijn roze wolk af. Terwijl ik naar beneden viel pikte ik ergens nog even een kleine depressie op en knalde daar bij het neerkomen vol in. Voordat mijn kleine meid werd geboren wilde ik al superpappa zijn. Ik wilde die “Wij-jonge ouder” zijn. Lachend met een poepluier staan en dan het liefst nog midden in de nacht ook. Maar het lukte me niet. Ik was niet die pappa met die S op de borst en die rode cape achter zich. Ik stortte me daar de eerste dagen volop op maar ik zakte weg. In de zorgen voor mijn kleine meid en de angst om er alleen voor te komen te staan. Zorgen voor nu, de eerste jaren en de verdere toekomst.

Een kleine greep uit mijn twijfels: Zou ze ook problemen krijgen met haar gewicht zoals ik in mijn jeugd? Zal ze gepest worden? Wat als ze ook allergieën heeft ? Dan is dat mijn schuld want ik ben degene met de kant van de allergieën. En gaat zij zich ook zo zorgen maken zoals ik dat deed toen ik klein was? Kan ik daar wel mee omgaan? Hoe leg ik haar dingen uit als de dood? Wat als er wat met mij of mijn vrouw gebeurt? Wat als ze straks met problemen komt te zitten waar ik geen antwoord op heb? Wat als ze ziek wordt? Als ik nu depri wordt gaat mijn vrouw bij mij weg. Als ik depri wordt raak ik mijn baan kwijt. Kan ik niet meer financieel voor mijn gezin zorgen. Wat als het eten niet op tijd klaar is? Wat als het aanbrandt? Wat als ik vanavond niet kan slapen? Wat als er iets met mijn vrouw gebeurt? Dan sta ik er alleen voor. Enzovoorts enzovoorts.

De zorgen die ik had veroorzaakte paniekaanvallen. Paniekaanvallen waarbij ik hyperventileerde, zweette, verschrikkelijk huilde en bang werd dat ik mezelf iets aan zou doen. In mijn depressie had ik enorme downers waarbij bovengenoemde twijfels telkens opkwamen.

Ook had ik enorme uppers waarbij ik het gevoel had alles aan te kunnen en geen obstakel te groot was. Verwarrende was nog dat een downer binnen vijf minuten kon omslaan naar een upper. Waardoor het leek alsof ik me opeens beter voordeed dan ik was. Heel vreemd. Het ene moment ben je aan het huilen. Daarna ben je super vrolijk.

Na een week afglijden naar het diepste punt, net terwijl de kraamzorg de deur uit ging, nam ik de beslissing naar de huisarts te gaan. Ik kon dit niet alleen af. Deze kerel, in opleiding, was begripvol. “Ik zie dat u emotioneel wordt en u hier moeite mee hebt.” Toen hij dat zei hoorde ik de verse opleiding in zijn stem. Dat hij het zojuist geleerde: “Erken de emotie van een patiënt.” in de praktijk kon brengen. Niks mis mee natuurlijk maar het gaf het consult een surreëel geheel. Ik kon antidepressiva krijgen. Die zouden drie weken moeten inregelen. Of ik kon naar een psycholoog. Ik koos het laatste. Omdat het vlak voor kerst was en dat toch de periode is waar de depressies het beste gedijen, had ik een wachttijd van drie maanden voor de psycholoog. Had ik toch die pillen maar genomen dacht ik. Dan zit ik er in ieder geval vrolijk mijn verhaal te vertellen over drie maanden.

Viavia kon ik gelukkig bij een bedrijfsmaatschappelijk werker (bmw) terecht. Een hele opluchting. Want M@d had toch sterk het idee echt M@d als een deur te worden. Ik werkte wel in deze tijd maar fietste elke dag met lood in mijn schoenen naar huis omdat daar mijn hoopje verantwoordelijkheid in haar box op mij lag te wachten. Ik moest die verantwoordelijkheid weer dragen zodra ik thuis was. Aan iedereen die het maar wilde horen vertelde ik mijn verhaal. Ik had een uitlaatklep. Huilen bij mijn vrouw, ouders, schoonouders, vrienden, collega’s. Het maakte mij niets uit. Als ik maar kon praten.

De bmw maakte mij bewust van mijn gemoedstoestand. Leerde mij er mee omgaan. Leerde mij hetgeen ik eigenlijk al wist. Dat zorgen maken voor de toekomst geen enkele zin heeft omdat de dingen toch nooit lopen zoals je ze verwacht. Dat mijn dochter ook een eigen persoonlijkheid heeft. Haar eigen persoontje is en dat ze ook zelf keuzes zal maken. En wat lossen zorgen nu eigenlijk op?

Na een maand was ik alweer aardig mezelf. De paniekaanvallen kwamen steeds minder vaak. Na twee maanden had ik ze helemaal niet meer. En in drie maanden kon zij me niet meer helpen. Ik was weer mezelf. Gelukkig heb ik die tijd ook wel echt kunnen genieten van ons gezin. Naast mijn post-natale depressie, zoals ik het gekscherend zelf heb gedoopt, heb ik gelukkig wel heel bewust mijn kleine meid meegemaakt en van haar kunnen genieten. De gelukkige momenten voeren dan ook de boventoon in deze periode.

Nu ik mijn diepe zucht heb geslaakt, mijn kleine meid tevreden in bed ligt te slapen, mijn lieve vrouw een mok dampende thee voor mij neerzet, besef ik dat ik deze periode bijna een plekje heb gegeven. Papa worden is het mooiste en meest emotionele dat mij ooit is overkomen. Een achtbaan van emoties. Ik maak me nog steeds wel zorgen over mijn kleine meid en haar toekomst. Maar het zijn de zorgen die bij mij horen. Ik voel het nu ook als ik doorsla in mijn oude patroon en kan het dan tijdig stoppen. Wat het mooiste is dat ik hieruit heb geleerd is dat ik besef dat mijn zorgen voortkomen uit een onbeschrijfelijk gevoel van liefde voor dit kleine meisje. Dit kleine vrolijke meisje dat ligt te ronken in haard bedje en dat de helft van mijn genenpakket mag draagt. Slaap lekker kleine meid. Pappa en mamma houden de wacht. Ik zal er voor je zijn wanneer je me nodig hebt.

Liefs
M@d

30 March 2010
By on 19:43
Stemmen

M@d laat weer eens van zich horen. De gemeenteraadsverkiezingen zijn voorbij. In “mijn” oude stad is de PVV de grootste. Want al ben ik al enige jaren verhuisd, ik voel mij Almeerder. Hoe voelt iemand zich dan? Dat vraag je jezelf wellicht af. Hoe voelt een Amsterdammer zich? Of een Fries? Het is de stad waar ik vierentwintig jaar heb gewoond. Waar ik ben opgegroeid. Ik mijn eerste stapjes heb gezet, de eerste vrienden heb gemaakt, de eerste keer verliefd ben geworden en de eerste keer op mijzelf ben gaan wonen. Samengevat de stad van al mijn jubilea. Waar ik als ik, langs de Oostvaardersplassen via de A6, de stad binnen rijdt nog steeds een gevoel krijg van thuiskomen. Dat gevoel van nostalgie en verbazing. Telkens als de stad weer iets veranderd is als ik er weer ben. Het heel langzaam steeds minder herkenbaar wordt. Het ook steeds iets drukker is. Als ik mijn ouderlijk huis kom lijkt alles altijd zo klein geworden. Omdat het grootste deel van mijn leven alles zo groot was en ik zo klein, denk ik.

En nu zijn de gemeenteraadsverkiezingen gehouden en stond opeens mijn stad volop in het nieuws. De PVV is met 9 zetels de grootste partij geworden van Almere. De stemkeuze verrast me en fascineert mij. In de landelijke pers wordt het opgeblazen als iets slechts. Een hele hype wordt er omheen gecreëerd. Maar hoe kan dit slecht zijn als de stemmer, die toch zelf kan bepalen op wie hij stemt, hier zelf voor kiest? Als je niet op de PVV hebt gestemd kan ik me uiteraard voorstellen dat je het er niet mee eens bent. Maar op zich is dit kennelijk wat het overgrote deel van Almere wil.

Het feit dat PVV de grootste is, is niet hetgeen wat mij fascineert. De beweegredenen van de stemmer vind ik des te interessanter. Ik vraag me af. Is dit gebeurt om een signaal af te geven naar de gevestigde orde? Hebben mensen PVV gestemd als protest dat de dingen nu echt anders moeten na jaren op een andere partij te hebben gestemd. Dat als de CDA, Christenunie, PVDA en dergelijke niet beter hun best gaan doen de kiezers dan als signaal op een andere partij gaan stemmen. Of is dit een signaal voor de landelijke verkiezingen dat de gevestigde orde het anders moet gaan doen? Een waarschuwing dus?

Of, en dat kan natuurlijk ook, is het denkpatroon van mensen veranderd? Willen zo ook echt andere dingen dan enkele jaren geleden? Denken ze ook hetzelfde als de PVV en staan ze dus keihard achter de standpunten?

En dan is eigenlijk mijn grootste vraag, gaat de PVV nu landelijk en lokaal ook iets bereiken. Want nu de democratie heeft gesproken is het nog maar de vraag of de andere partijen een coalitie willen vormen met de PVV. PVDA, de tweede grootste partij in Almere, zegt van niet. Dan rest de vraag of er uberhaupt wel een coalitie gevormd gaat worden en deze partij kan doen waarvoor de burgers op ze hebben gestemd. Want wie gaat er samen zitten met de PPV? PVV levert een formateur. De kans is groot dat partijen als Groen Links, PVDA etc niet samen willen regeren. Dus moeten kleine partijen zich kunnen vinden in een coalitie. Als die coalitie er niet zou komen, iets wat niet ondenkelijk is, en de grootst gekozen partij komt toch niet aan de macht……heeft het stemmen dan zin gehad? Komt dan de democratie in gevaar?

Dat geeft te denken voor de landelijke strijd.
Als de PVV landelijk één van de grootste partijen wordt. Dus een groot deel van het volk vertegenwoordigd. Dan nog zal CDA en PVDA en enkele andere grote partijen niet met ze willen regeren. Dan verdwijnen ze misschien weer naar de oppositie en blijft de huidige gekozen orde min of meer opnieuw aan de macht.
Dan kan je jezelf afvragen wat het voor zin heeft als de grootste democratisch gekozen partijen samen niet kunnen of willen regeren. Dan wordt één deel van de stem van het volk feitelijk collectief uitgesloten en blijft de situatie gewoon bij het oude. Of is dat juist de democratie? Niet het feit dat de grootst gekozen partijen regeren, maar dat alle partijen die niet achter die idealen staan een collectief nee zeggen tegen één?

Ik vind het moeilijk. Zou je eigenlijk niet als partij aan je kiezers moeten vragen of zij met de PVV mogen regeren? Dat zou toch democratie zijn?

Wat ik vind van de PVV of hun kiezers dat doet er niet toe. Ik vind het niet slecht, ik vind het niet goed. Ik vind het wel goed dat mensen stemmen. Dat de democratie voortleeft. Dat je een keuze maakt en ook kan maken. Als dit is wat Nederland wil, laat de nieuwe partijen het dan maar proberen een aantal jaar. Roepen vanuit de oppositie dat het beter moet is ook zo makkelijk.

En buitensluiten of het veroordelen van mensen die wel hun stem laten horen, die “geloven” in een bepaalde partij, ook al is dat niet jouw keuze, is dat niet ook een vorm intolerantie richting jouw samenleving?

Wat ik als laatste nog wel wil bekennen is dat mijn stem gisteren niet is gegeven. Ik kon door omstandigheden niet naar de stembus. Daarom ben ik ook zo blij dat anderen dat wel hebben gedaan. Hulde voor jullie. Maar wat wil nu het feit zijn? “Mijn” partij is op één stem NIET de grootste geworden. Hoezo kan één stem dus geen verschil maken?

M@doperator

4 March 2010
By on 16:47
vaderlijke instincten

Eindelijk een rustmoment. M@d heeft het druk gehad laatste tijd. En bij drukte is schrijven het laatste waar ik tijd voor heb. Ik heb mijn studie kunnen afronden en ben dan ook geslaagd voor de opleiding die ik volgde. Een diploma erbij en een eerste titel. Al is het niet zo indrukwekkend als een master of bachelor. Maar na een jaartje pauze, heb ik ook die bachelor binnen.

Ook ben ik met mevrouw M@d op controle geweest voor de twintig weken echo. Wat blijkt, er zwemt een baby M@d veilig en wel in mamma’s buik. En de appel van mijn oog is niet in het bezit van pappa’s gereedschap wat veilig onder een afdak hangt. M@d krijgt een dochter.

Iets waar ik stiekem op hoopte gezien ik zelf met enkel broers ben opgevoed en bij ons dus het testosteron altijd aanwezig was. Nu ben ik zwaar in de minderheid thuis want huize M@d wordt geregeerd door drie vrouwelijke aanwezigheden. Mijn vrouw, mijn (toekomstige)dochter en mijn hond. Nu ben ik natuurlijk voor gelijke rechten en emancipatie maar ik voel me toch behoorlijk onderdrukt. Want al die vrouwelijke hormonen moet ik weer compenseren door naar autoracen te kijken, te boeren en te winden en nog meer van dat soort typische mannen dingen. Wellicht moet ik maar een paar stoere mannelijke vissen aanschaffen om de boel gelijk te trekken ofzo.

Toch kan ik niet wachten tot de kleine er is. Het idee van lekker kneuterig zelf met mijn gezinnetje aan de slag te gaan geeft een enorme rust. Al weet ik nu al dat ik met de komst van een dochter in één keer ben gedegradeerd tot het zwakke geslacht. Want hoe moet ik mijn kleine meid en de (vermoedelijk) blauwe ogen gaan weerstaan als ze straks dingen gaat vragen als: “Pappaaaaaaaa mag ik un snoepjuhhhh?”of “pappppppp mag ik wat euries om een paar biertjes te kunnen kopen?”, “Mag ik de auto lenen lieve lieve lieve pap?” en de onvermijdelijke zin die elke vader tot in zijn botten zal voelen, “Mag mijn vriendje alsjeblieft blijven slapen vannacht?”

Dat wordt een moeilijke tijd. Met de komst van een dochter is er een oerinstinct bij mij ontwaakt waarmee ik mijn roedel met mijn leven wil verdedigen. Vooral tegen andere mannelijke soortgenoten die mijn dochter het hof willen maken. Gelukkig kan ik me er de komende

15 a

16 jaar op voor gaan bereiden. Ik ben een oké gozer maar kom niet met je poten aan mijn dochter want het enige wat je dan nog over houdt is een stompje.

Grrrrr

M@d

10 July 2009
By on 11:39
Twee woorden

Tevreden op de bank even een logje tikken. Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik daar voor het laatst echt tijd voor heb gemaakt. Ik probeer mn belofte waar te maken. Tikken, schrijven, alsof het moet. Sinds mijn geweldige trip met mijn lief naar Nieuw Zeeland is het een vreemde tijd geweest. Een tijd waar geluk en verdriet elkaar hebben afgewisseld. Nou wil ik niet zeggen dat het hartverscheurend, schrijnend of onmogelijk was, maar het was even moeilijk. Ik ben 27 inmiddels en net als vele van mijn verwende leeftijdsgenoten op het punt dat ik twijfel wat ik wil met mijn leven. Een punt waar de ouders van mijn generatie in het verleden pas op hun veertigste terecht kwamen. We beleven een eerste midlife crisis maar dan op één derde al. Een thirdlife crisis zeg maar.

De reden hiervan wordt toegeschreven aan de verwendheid van de huidige patat-generatie. Omdat wij geen moeilijke tijden hebben gekend en vele van ons rond hun 25e het eigenlijk al goed voor elkaar hebben raken we het slachtoffer van een teveel aan keuzes in ons leven. De meeste van ons hebben immers voor hun dertigste al een baan, huis, auto, een overvloed aan reiskeuzes maar te weinig tijd om alles te doen, de

42 inch

lcd aan de muur hangen, de spiegelreflexcamera, lidmaatschappen bij de sportschool en muziekles, een overvloed aan opleidingskeuzes, een teveel aan troep en daardoor een te weinig aan kamers. Kortom we’ve got it made. En door al die redenen weten we niet meer wat we willen worden “later als we groot zijn.”

Nou kan je ons natuurlijk niet verwijten dat we in een gespreid bedje terecht zijn gekomen. Niemand zal zeggen dat we eerst een oorlog mee hadden moeten maken om de kleine dingen te waarderen in het leven. Niemand zou zeggen dat we maar eens flink op ons bek moeten gaan, onze baan kwijt moeten raken, een tijd met een uitkering moeten leren leven, dat we maar eens een jaar niet op vakantie moeten gaan enkel en alleen omdat we dan ook eens leren hoe het is om te knokken voor hetgeen we willen. Maar feit is dat we totaal niet nederig meer zijn. De wereld is ons speelveld en het kan niet gek genoeg of onze generatie doet het voor onze vijftigste al.

En tja ook M@d kampt hiermee. Maar dan voornamelijk op mijn werk. Ik ben nu zo’n zes jaar bezig in mijn huidige functie en ben sinds vorig jaar oktober begonnen met twijfelen. Twijfels of ik dit nou wel wilde worden, of er niet iets anders beter bij mij past, wat ik dan eigenlijk had willen worden en hoe ik daar achter zou kunnen komen. En als ik daar dan achter kom, de keuze daarin niet veel teveel zelf kan beïnvloeden. Met andere woorden, stuur je met elke carrièretest niet jezelf een bepaalde richting in? Maar goed, even genoeg geratel hierover. M@d zat in een kleine identiteitscrisis. Tel daarbij op dat ik sinds januari heugelijk ben overladen met een afstudeerscriptie en zoveel werk dat ik er anderhalf jaar mee kan vullen, maar er een jaar over moet doen om het af te krijgen. Genoeg om me stilletjes soms even tot tranen te brengen. Chagrijnigheid, stress en spanning vierde hoogtij in het koppie van M@d. Tot aan maart dit jaar. De stille tranen werden tranen van geluk. De knop ging om. Ik kan stil blijven zitten en klagen, maar ook het heft in eigen handen nemen. Creëer ik verdomme niet gewoon mijn eigen geluk? Ik kan mezelf wel in zelfmedelijden blijven wentelen maar dat lost ook niets op.

Nu kan ik wel heel stoer doen dat dit mij over de streep heeft getrokken, of eigenlijk uit mijn moeras van zelfmedelijden. Maar mijn eigenlijke tranen van geluk kwamen eigenlijk maar enkel en alleen door twee woorden. Twee woorden die de rest van mijn leven zullen bepalen. Woorden die de omslag betekenen van twijfel naar hoop. Die de zin: “Ik moet er anders wel een groot deel van de week zitten.”, veranderde in: “ah joh het is maar werk.” Twee woorden die me definitief over de streep trokken om gewoon voorlopig nog even te blijven zitten waar ik zit.

De woorden: “Wel Zwanger” maakte dat alles anders werd. Dat ik van ontevreden naar tevreden ging. Dat mijn ambitie weer lekker in zijn mand ging liggen en ging slapen. Dat “wat wil ik nu” per exprestrein weer vertrok.

“Wel Zwanger”, naast de woorden “Ja ik wil” en de eerste keer “ik hou van je” het mooiste wat je kan overkomen. M@d wordt pappa… en wat ben ik blij dat ik mijn kindje straks een gespreid bedje kan aanbieden. Slaap eerst maar lekker uit bij mamma, er wacht een wereld op je…

M@doperator

28 May 2009
By on 18:15
Ben r weer

Ow ow wat ben ik laks geweest. Vergeef me weblog vergeef me.

Ik heb niet stil gezeten maar mijn weblog wel. Sorry enkele trouwe lezers. Sorry dagboek. Het wordt (alweer) tijd voor een nieuwe start. Ik probeer me leven nogmaals te beteren al weet ik dat het zwaar wordt om het vol te blijven houden. Waar moet ik beginnen? Niet bij het begin, want het begin, dat is meestal saai. Ik begin bij vanavond. Vanavond zat ik met mijn vijftien weken zwangere lief naar Acda en De Munnik “Spelen” te kijken. Een live DVD van de laatste theatershow van mijn helden. Helden? Ja zo kan je het wel stellen. Waarom weet ik eigenlijk niet. Omdat ze, naast schitterende liedjes zingen, ook zo mooi kunnen vertellen. Vertellen over dingen die mij ook gebeuren. Dingen die waarschijnlijk iedereen gebeurt, maar die zij op zo een manier vertellen alsof ik de enige ben die het begrijpt. Omdat het mij namelijk ook gebeurt. Volg je me nog?

En tijdens de liedjes die ze spelen, de verhalen die ze vertellen, voel ik me alsof ik ook wat nuttigs moet gaan doen met mijn leven. Niet dat ik op de bank zit te niksen, maar omdat ik soms het gevoel heb dat het leven zo snel aan mij voorbij flitst dat ik ben bang dat, als het straks over is, ik dan opeens nog heel veel te vertellen had. En ik zou het zo zonde vinden als ik de dingen die ik in mijn hoofd heb, toch niet een keer ga spuien.

Het leven flitst aan mij voorbij maar ik kan nergens achterlaten hoe ik het beleef. Behalve hier. Mijn veilige internet domein. En al wordt ik niet gelezen, door niemand, ik laat wat achter. Mijn kijk op mij leven, mijn “ziel” als het ware. En heeft niet ieder zijn verhaal? Zijn eigen stukje ziel en kijk op het leven? En maakt dat niet iedereen eigenlijk even interessant? Is niet iedereen het waard om “gelezen” te worden?

Wat ik vanavond hoorde was het verhaal dat sommige mensen altijd ergens naar toe willen. Naar een moment waar je knapper, slanker, rijker, leuker en beter bent in de dingen die je doet. En als je naar het verleden kijkt steeds denkt: Toen, toen was ik knapper, slanker, rijker en beter dan nu. Zo voel ik me vaak. Ik denk vaak, later als ik…. Maar het leven speelt nu. Elke seconde, minuut, uur, elke dag. En elke dag is er het moment dat je iets had kunnen doen, iets bijzonders. Maar in de plaats daarvan doe je de dingen die iedereen doet. Je kleedt je aan, ontbijt, gaat naar je werk, komt thuis, eet, sport, rommelt wat in de tuin, rommelt wat met je lief en je gaat naar bed. Terwijl daar buiten, daar is het leven. Het voelt soms zo alsof ik de soldaat ben die in dienst is van het burgerlijke leven. En aan de ene kant heb ik er vrede mee, maar aan de andere kant wil ik ook iets doen wat me uniek maakt. Die man die zo leuk muziek maakt, mensen vermaakt, de wereld over trekt, die iets doet waardoor de wereld net iets beter wordt of de gave heeft om mensen te laten lachen.

En toch denk ik dat juist de mannen en vrouwen in de straat, die netjes naar hun werk gaan, hun kinderen groot brengen, hun vrouw lief hebben, zich aan de regels houden, misschien wel de echte helden zijn op de wereld. Want wat zouden we zonder jullie moeten? Hebben we niet al genoeg criminelen, dictators, praters, artiesten, avonturiers, gekken? Hebben we niet meer helden op de werkvloer nodig? En toch.. toch knaagt er wat.

Als ik mezelf dan bij de helden mag rekenen, waarom wordt er van mij dan geen spannend boek gemaakt? Geen strip met de fantastische avonturen van Mad? Een film met het Mad-mysterie? Omdat niemand kennelijk zit te wachten op de verhalen van de held van de werkvloer die elke dag netjes van 8:00 tot 16:30 werkt en drie keer in de week smiddags zijn hond uitlaat. Die twee keer in de week zich op de boksschool in het zweet werkt? Die probeert een goede echtgenoot, vriend, broer, zoon te zijn?

Is het dan dat ik graag breed erkend zou willen worden? Ik hoef geen veer in me reet. Dat bedoel ik juist niet. Ik hoef niet te horen dat ik goed ben. Alsjeblieft niet. Ik wil gewoon iets nalaten wat mij bijzonder maakt. Waardoor ik zou worden herinnert. Zelfs al zou ik de grootste klootzak zijn, dan wordt er tenminste nog aan je gedacht. Ik bedenk me wel eens, wat zou er gezegd worden op mijn begrafenis? Over de doden niets dan goeds, maar waarom wordt de essentie wat mensen van je vinden pas gezegd op het moment dat je het zelf niet meer kan horen? Ik hoef niets zweverigs. Gewoon concreet. Wat onderscheidt mij? Wat zullen de mensen over mij zeggen? Wat is hetgeen waar ik mensen hun leven in heb geraakt? Een goede vader, een goede man? Een goede werknemer, collega?

En al wil ik ergens in worden erkend, soms verdien ik dat juist niet. Ik ken mijn eigen manco’s. Dat zou in de strip van mijn leven wellicht mijn superkracht zijn. Ik weet goed wie ik ben. Ik weet dat ik niet bijster sociaal ben. Dat ik me op feestjes terug kan trekken in mezelf, me dan moeilijk kan focussen op degene die juist de feestende, of verjarende is en me daar achteraf dan schuldig over voel. Dat ik soms zou willen dat ik mijn gevoelens niet altijd aan de buitenzijde draag. Dat ik soms gewoon echt geen zin heb in mensen. Dat ik me soms juist wel ontzettend kan verheugen op feestjes, maar als de dag des feest nadert ik er verschrikkelijk tegenop zie. Dat ik assertief kan zijn als ik mensen om me heen heb waar ik me veilig bij voel, maar dat als daar weer mensen bij zijn die mij niet goed kennen, die assertiviteit weer verwarren met arrogantie. En dat de mensen die mij goed kennen zich weer niet voor kunnen stellen dat ik arrogant gevonden wordt. Maar het is echt zo. Dat ik soms graag mensen de les lees. Dat ik een doener en een denker ben en allergie heb voor de stille mensen die nooit een mening geven. Dat ik soms mijn onzekerheid op voel komen, ik die redelijk kan temmen, maar dat die soms toch de vrije loop neemt. Dat ik een controlfreak ben. Dat ik soms erg lief ben. Dat ik soms mensen juist heel erg graag wil laten weten dat ik ze waardeer. Dat ik soms mensen niet waardeer terwijl ze dat wel verdienen. Dat ik nog steeds verliefd ben op mijn vrouw. Dat ik heel erg blij ben met wat we allemaal hebben (bereikt) maar dat ik bang ben dat het voor mij nooit genoeg zal zijn. Dat ik eigenlijk vind dat ik wel weer teveel van mezelf heb bloot gegeven.

En zo kwam de inspiratie om weer eens te schrijven. Een theater voorstelling. Mijn lief en ik hebben ook vanavond afgesproken dat we toch pianolessen gaan nemen. Ik wil toch echt een instrument leren spelen. Ik ga mijn eigen boek spannender maken. Er is namelijk niemand die dat anders voor mij zal doen. Misschien is het te vatten in één zin: Ik wil gewoon het leven leven op een bijzondere manier, maar het gaat zo verdomde snel.

Een eerste log sinds lange tijd, maar zomaar wat gedachtespinsels op dit late uur.

Zoals mijn held zou zingen: De mist is opgetrokken, de velden zijn weer schoon. Ik weet het, het heeft lang geduurd, maar zo ben ik het gewoon. Mist soms op mijn velden en dan trek ik mij stil terug, tot ik het zelf heb opgelost. Maar ik ben er bijna echt…. ik ben er bijna echt.

22 May 2009
By on 23:41
Tabee

Zittend op de bank, hondje in dr mand, laptop op schoot , zit ik even lekker van het leven te genieten. Nog maar amper 48 uren en onze vakantie gaat beginnen. Het laatste wat we ons hebben gegund als staartje van onze bruiloft eerder dit jaar. Vijf weken Nieuw Zeeland gaan we tegemoet. Nou ja, eerst even naar Keulen, Londen, Los Angeles, Christchurch en dan naar Auckland. Maar dan heb je na 33 uur reizen ook wat. Nieuw Zeeland. Land van de regenwouden, bergen, gletsjers, zandduinen, gloeiwormen, walvissen en Lord of the Rings. Kunnen we eindelijk die verdomde ring eens in die berg flikkeren. Dat gezeur met die Hobbits schiet ook niet op. Mogen ze in het mooiste land ter wereld lopen, gaan ze de hele dag lopen zeiken dat het allemaal zo zwaar is. En tja, wil je dat iets goed gebeurt kan je het beter zelf doen.

Maar zonder gekkigheid, we kunnen de rust even goed gebruiken. We zijn ontzettend verwend dit jaar. We hebben echt geweldige dagen gehad en zo’n mooi, bijzonder, gek, speciaal, liefdevol en gewoon gruwelijk tof jaar als afgelopen jaar zal er niet snel opnieuw komen. Natuurlijk zal elk jaar wel zulke elementen blijven bevatten, maar zo intens allemaal in één lijkt me toch lastig (al streef ik natuurlijk naar meer). Maar goed, hoe bijzonder het ook was, langer dan een week aaneengesloten vakantie hebben we niet gehad. En al klinkt het verwend, je werk laat je op die manier nooit los.

De “Peace of mind” is er wat dat betreft niet geweest. En al zeg ik het zelf en dat mag ik op mijn eigen log, na de afgelopen geestelijk toch wel hectische tijd ben ik maar wat blij dat we nu even vijf weken nergens over na hoeven te denken. Nu zijn we totaal niet zielig en wellicht is onzekerheid, hectiek, en soms zorgen de “straf” van het volwassen leven. Maar net als groeipijnen doet ook dit soms pijn. Ik heb het er uiteindelijk graag voor over. Immers, hoe kan je de mooie dingen in het leven blijven waarderen als het niet soms ook een beetje pijn doet. Als de mooie dingen maar blijven overheersen heb ik die groeipijnen er graag voor over.

Nog 48 uur en we vertrekken. We zeggen onze vertrouwde omgeving en familie en vriendenkring even gedag. Even alles loslaten waar je zeker van bent. Al is het maar even voor vijf weken. We gaan op reis, even op zoek naar onszelf. Leren, zien, genieten, rusten, ontspannen, inspannen. We gaan zwerven maar wel met een doel. Om rijker terug te komen.

Tabee!!!

11 November 2008
By on 21:30
Oktober

Oktober..

Oktober overvalt ons ieder jaar.  Dat zingt Blǿf dit jaar. En ook mij is het gebeurt. Mijn laatste log zit onder het stof en ook mijn weblog zelf lijkt in de vergetelheid geraakt. Maar niets is minder waar. Altijd in mijn gedachten, maar gewoon niets mee gedaan. Als het verlangen om op staande voet ontslag te nemen, mijn koffers te pakken en in een mooi land een bed & breakfast of duikbedrijf te  beginnen.

Mijn schepen te verbranden en gewoon met mijn lief helemaal opnieuw beginnen. Bezig zijn met iets concreets, bouwen aan iets “echts.”

Klinkt dramatisch en zo is het ook bedoeld. Ik zal het waarschijnlijk nooit doen. Man, ik kan niet eens mijn eigen bed echt netjes op maken laat staan dat ik kan duiken. Maar schuilt er niet in ieder van ons een zwerver? Willen we niet allemaal wel eens aan alles de brui geven en worden we niet allemaal aangetrokken door een mysterieuze kracht die maakt dat vogels naar het zuiden trekken? Oktober is de wreedste maand.

Het onuitgesproken gevoel om “blanco” te beginnen. Te werken voor iets wat je zelf bouwt. Iets wat er dan ook echt staat. Wat moet het voor een bouwvakker een bevredigend gevoel zijn als een huis klaar is. Van niets maak je echt iets. Daarna is het klaar en bouw je aan het volgende. Terwijl ik verzand in procedures, ontastbare zaken, discussies en bergen briefpapier. Jaloers? Soms wel ja. We kijken naar elkaar naar een overvolle zomer. We zijn alweer veranderd niet ten goede of ten kwade maar veranderd niet te min….

Laatste maanden waren hectisch en niet de beste uit mijn levenscarrière. De stervende zomer, de naderende herfst. Het verdwijnen van het pigment van onze huid, de donkere ochtenden die weer beginnen en het eerste haardvuur wat alweer heeft gebrand. En met het donkere grauw weer kwamen ook de donkere gedachtes.

Banen, dat is waar het bij ons om draaide de laatste tijd. En dan vooral het vinden van de juiste en de wil en het daadwerkelijk verlaten van de onjuiste. Oriënterende gesprekken, eerste gesprekken, tweede gesprekken, arbeidsvoorwaarden en na veel onderhandelingen weer nieuwe gesprekken. Het vinden van je juiste plek in de werkende maatschappij. We waren de laatste tijd het doelwit van de terreuraanslag die carrière heet.

En ook dat geeft te denken. Moeten we niet al veel te jong moeilijke keuzes maken in het leven? Op welk punt kan je voor jezelf goed beslissen wat je nou echt leuk vindt? Om mijn vragen zelf te beantwoorden denk ik dat er geen enkel punt is waarop je het weet. Baz Luhrmann zei ooit: Dont feel guilty if you dont know what you want to do with your life. The most interesting people I know didn’t know at 22 what they wanted to do with their lives. Some of the most 40 year old still don’t know what they want to do with their lives. Ik zie onze onrust dan ook maar als een compliment.

Ik moet zeggen dat ik mijn zoektocht behoorlijk zat ben. Misschien heb ik de juiste baan eigenlijk wel al gevonden. Ik voel me als een hobbit die de last probeert weg te gooien maar die de last eigenlijk toch ook wel weer wil behouden. Is het daarom zo moeilijk om afscheid te nemen? Omdat ik weet wat ik weggooi als ik ga? Al moet er inhoudelijk nog wel wat veranderen, ik ben het zoeken zo zat dat ik eraan twijfel om de ring nog maar even te behouden. Mijn vertrek wordt een coinflip. Het kan alle kanten op vallen. Ik zal mezelf niet verbazen als ik blijf maar ook niet als ik ga. Een belangrijke troost is wel dat mijn lief haar draai ook weer heeft gevonden.Wij hebben onze draai weer gevonden. Met de dingen die voorbij gaan, maar wel ergens blijven hangen, ze komen telkens bij ons terug maar meestal in oktober…..

Ben ik even blij dat morgen November begint…

31 October 2008
By on 10:15